25. Industrieel vervaardigd of in situ gevormd: ongelijke controle
Chroom(VI)-verbindingen worden in regelgeving en openbaarheid vrijwel uitsluitend beschouwd in hun industrieel vervaardigde vorm, zoals het Udy-octrooi ze beschrijft als product van een doelgericht procedé. Voor deze vorm gelden strenge voorschriften: vervaardiging en gebruik zijn in de EU onderworpen aan de autorisatieplicht en in de toekomst aan een beperking, werkplekken worden bewaakt, emissies begrensd, en mengsels zoals chromaathoudende verven en primers dragen een gevarenetikettering met pictogram en de gevarenaanduiding H350. [1, 3, 59]
De in-situvorming blijft daarentegen grotendeels onopgemerkt of wordt verdrongen. Calcium- en natriumchromaat ontstaan tijdens het beoogde bedrijf op hete onderdelen, in isolatiematerialen en in verbrandingsresten, zonder dat een fabrikant ze in de handel brengt, zonder etikettering en meestal zonder een veiligheidsinformatieblad dat de toestand na gebruik beschrijft. Blootgesteld zijn monteurs, servicetechnici, isoleerders, automonteurs, revisiepersoneel en afvalverwerkers, vaak zonder het te weten. De gevolgen voor de gezondheid zijn dezelfde als bij de industrieel vervaardigde vorm: longkanker, kanker van de neus en de neusbijholten, huidzweren en allergische contactdermatitis. Daarbij komt de belasting van bodem en water via stof, assen en afvalstoffen. [53, 56]
Regelgevende ontwikkeling
Australië voltrekt de stap naar minimalisatie al: vanaf 1 december 2026 geeft de Australische instantie Safe Work Australia voor niet op een drempelwaarde gebaseerde genotoxische carcinogenen geen grenswaarden op de werkplek meer uit; chroom(VI)-verbindingen horen daar uitdrukkelijk bij. In de plaats van de grenswaarde komt de plicht de blootstelling weg te nemen of zo ver als redelijkerwijs praktisch mogelijk te minimaliseren (SFAIRP, vergelijkbaar met het ALARP-beginsel). [58]
In de EU heeft het Europees Agentschap voor chemische stoffen ECHA in april 2025 een beperking van chroom(VI)-stoffen voorgesteld, die de huidige autorisatieprocedure moet vervangen. Daarna zouden alleen bepaalde vormen van gebruik onder strikte voorwaarden toegestaan blijven, met grenswaarden op de werkplek tussen 0,1 en 5 µg Cr(VI)/m³ naargelang het gebruik alsmede emissiegrenzen voor lucht en water; alle overige vormen van gebruik zouden verboden zijn. [59]
Maatgevend is daarbij het ruime gebruiksbegrip van de Europese REACH-verordening. Volgens artikel 3, punt 24, is „gebruik” elke vorm van „verwerking, formulering, verbruik, opslag, bewaring, behandeling, overbrenging in recipiënten, overbrenging van de ene recipiënt naar de andere, vermenging, vervaardiging van een voorwerp of elke andere gebruikmaking”. Al het opslaan van een gedemonteerde, met chromaatstof verontreinigde thermische isolatie kan daarmee een gebruik vormen; het hergebruik van een dergelijke isolatie is dat des te meer. Valt zij niet onder de toekomstig toegestane vormen van gebruik, dan is zij verboden. [60]
Ongelijke controle in de praktijk: de vergelijking met asbest
De ongelijke behandeling eindigt niet bij de regelgeving, zij zet zich voort in de praktijk. Industrieel vervaardigd chroom(VI) wordt in gesloten installaties gebruikt, is onderworpen aan de autorisatieplicht, is gekenmerkt, wordt met een veiligheidsinformatieblad geleverd en door geïnstrueerd personeel gehanteerd. In situ gevormd chroom(VI) wordt daarentegen aangetroffen als afzetting op een oppervlak. Het heeft geen fabrikant, geen leverancier, geen kenmerking en geen veiligheidsinformatieblad. Daarmee valt het buiten de categorie gevaarlijke stof en in de categorie vervuiling. Behandeld wordt het overeenkomstig, met doek, borstel, stofzuiger, perslucht en sproeimiddelen, door het aanwezige onderhouds- en schoonmaakpersoneel. Ook het gangbare begrip „neutralisatie” komt uit deze taalwereld en niet uit het gevaarlijkestoffenrecht.
De vergelijking met asbest toont de lacune. Beide stoffen zijn ingedeeld als kankerverwekkend voor de mens, en bij beide ontstaat het gevaar niet in ingebouwde toestand, maar wanneer bij onderhoud, demontage of reiniging stof vrijkomt. Voor asbest is daaruit een gesloten procedureregime geworden. De Duitse TRGS 519 in de versie van 28 februari 2025 verlangt onder nummer 3.2 dat sloop-, sanerings- en onderhoudswerkzaamheden bij de bevoegde instantie „uiterlijk 7 dagen voor het begin van de werkzaamheden te melden” zijn. Nummer 2.7 regelt de vakbekwaamheid en het bewijs daarvan, de nummers 5.1 tot 5.3 de verantwoordelijke persoon, de toezichthouder en het vakpersoneel. Voor zwak gebonden asbestproducten verlangen de nummers 14.1 tot 14.3 afscherming en luchttechnische maatregelen alsmede personen- en materiaalsluizen [97].
Voor de in situ gevormde chromaten bestaat daarvan niets. Er is geen meldingsplicht voor aanvang van de werkzaamheden, geen eigen vakbekwaamheid, geen voorgeschreven toezichthouder, geen zwart-witvoorziening en geen erkende vakbedrijven. De Duitse TRGS 561 verlangt persoonlijke beschermingsmiddelen, stofarm werken en de substitutietoets (paragraaf 6), maar vestigt geen procedureregime met melding, bewijs van vakbekwaamheid en afscherming. Niemand zou op het idee komen een asbesthoudende plaat eigenhandig met een spray te behandelen en vervolgens af te vegen. Bij een met chromaat belast heet onderdeel is juist dat de gangbare praktijk.
De indeling spreekt op twee punten zelfs tegen deze ongelijke behandeling. Natriumchromaat draagt drie huidgerelateerde gevarenaanduidingen, schadelijk bij contact met de huid (H312), bijtend (H314) en huidsensibiliserend (H317) [65]; asbest draagt in de geharmoniseerde indeling geen enkele. Calcium- en natriumchromaat zijn bovendien ingedeeld als zeer giftig voor in het water levende organismen met langdurige gevolgen (H400, H410) [64, 65], terwijl de geharmoniseerde indeling van asbest met Carc. 1A (H350) en STOT RE 1 (H372) geen milieugevaar vermeldt [98]. De chromaten zijn daarmee in de dermale en in de ecologische dimensie strenger ingedeeld dan de stof waarvoor het gesloten procedureregime geldt.
De beoordeling van het huidcontact leidt daarbij onmiddellijk tot de hoogste rang. De Duitse TRGS 401 in de versie van oktober 2022, laatstelijk gewijzigd op 19 september 2024, deelt in tabel 2 van paragraaf 4.2 het gevaar in naar contactsoort. Voor de regel „Huidresorptief en tegelijk de daarnaast vermelde gevaarlijke eigenschappen” geldt bij kankerverwekkende stoffen van categorie 1A of 1B (H350) bij elke contactsoort de indeling „h”, dus hoog gevaar, zonder drempel voor duur of oppervlak. Huidsensibiliserende eigenschappen alleen (H317) leiden pas bij meer dan 15 minuten contact per werkdag en grootvlakkig contact tot deze indeling, volgens lid 4 bovendien dan wanneer praktijkervaringen een sensibilisatie bij een aanzienlijk aantal werknemers laten zien [99].
Chroom(VI)-verbindingen vervullen beide kenmerken, en de aanduiding is officieel toegekend. De TRGS 401 ontleent de kenmerking „H” voor huidresorptieve stoffen volgens paragraaf 3.2.3 lid 2 aan de TRGS 900, 905 en 910; is een stof daar niet opgenomen, dan kan de MAK- en BAT-waardenlijst van de Duitse Forschungsgemeinschaft als verdere informatiebron worden gehanteerd [99]. In bijlage 1 van de TRGS 910 zijn chroom(VI)-verbindingen opgenomen met 1 µg/m³ van de inhaleerbare fractie en de overschrijdingsfactor 8, met de aanwijzing „zie TRGS 561”, maar zonder huidaanduiding [101]. De MAK- en BAT-waardenlijst 2026, mededeling 62, voert onder „Chroom(VI)-verbindingen (inhaleerbare fractie)” daarentegen beide aanduidingen: huidresorptie „H” en sensibilisatie „Sh”, daarbij carcinogeniteitscategorie 1 en geslachtscelmutageniteitscategorie 2. Van de H-aanduiding zijn uitdrukkelijk alleen barium-, lood-, strontium- en zinkchromaat uitgezonderd, van de Sh-aanduiding alleen barium- en loodchromaat. Calcium- en natriumchromaat, de hier behandelde verbindingen, vallen onder geen van deze uitzonderingen [102].
Daarmee is de indeling van het huidcontact eenduidig. Een stof die volgens de MAK- en BAT-waardenlijst huidresorptief is en tegelijk tot carcinogeniteitscategorie 1 behoort, valt in tabel 2 van de TRGS 401 in de regel „Huidresorptief en tegelijk de daarnaast vermelde gevaarlijke eigenschappen” en moet daar bij elke contactsoort als hoog gevaar worden ingedeeld, onafhankelijk van duur en oppervlak [99]. De aanvullende Sh-aanduiding en de geharmoniseerde indeling sensibilisatie van de huid 1, H317, komen daarnaast te staan; het Institut für Arbeitsschutz der deutschen Gesetzlichen Unfallversicherung noemt voor chroom(VI)-verbindingen de opnameroutes „inhalatief, huidresorptief” [100]. Voor asbest bestaat geen vergelijkbare huidbeoordeling, omdat de geharmoniseerde indeling daar geen huidgerelateerde gevarenaanduiding bevat.
Daarmee rijst de vraag waaruit het verschil in de hantering zich rechtvaardigt. De indeling als kankerverwekkend is bij beide stofgroepen gegeven, het vrijzettingsmechanisme via stof bij onderhoud en demontage is hetzelfde, en voor calciumchromaat is de werkzaamheid in dierproeven gedocumenteerd (paragraaf 24). Het verschil ligt niet in de stof, maar daarin dat de ene als product werd geleverd en de andere tijdens het bedrijf is ontstaan.
Plichten voor aanvang van de werkzaamheden: onderzoek, beoordeling en het verbod om te beginnen
De plichten voor aanvang van de werkzaamheden zijn in de hier beschouwde rechtsgebieden overwegend stofneutraal geformuleerd. De Duitse Gefahrstoffverordnung verplicht de werkgever in § 6 lid 2a de hem op grond van § 5a lid 1 verstrekte informatie te toetsen op de vraag of bij de werkzaamheden gevaarlijke stoffen uit de bouwkundige of technische installatie vrijkomen en de gezondheid van de werknemers kunnen schaden. Zijn de gegevens van de opdrachtgever ontoereikend, dan moet hij deze toetsing volgens lid 2b zelf uitvoeren en zich daarbij van externe deskundigheid bedienen wanneer hem de vereiste kennis ontbreekt, in het bijzonder dan wanneer een technisch onderzoek noodzakelijk wordt. Is een technisch onderzoek noodzakelijk om de risicobeoordeling uit te voeren en de beschermingsmaatregelen vast te stellen, dan is het volgens lid 2c voorwaarde voor de uitvoering van de werkzaamheden. § 7 lid 1 verbiedt de aanvang van de werkzaamheid voordat de risicobeoordeling is uitgevoerd en de vereiste beschermingsmaatregelen zijn genomen, en § 6 lid 8 zin 1 verlangt de documentatie voor het eerst vóór aanvang van de werkzaamheid, onafhankelijk van het aantal werknemers. Het begrip in deze leden is gevaarlijke stoffen; asbest wordt daar niet genoemd. [120]
De vermelding van het bouwjaar staat op een andere plaats. § 5a lid 2 van de Duitse Gefahrstoffverordnung verplicht de opdrachtgever om ter vaststelling of asbest aanwezig is, bij een bouwjaar tussen 1993 en 1996 de datum van de start van de bouw mee te delen en anders het bouwjaar. Voor in situ gevormde chromaten heeft deze vermelding geen zeggingskracht, omdat de verbinding niet bij de bouw wordt ingebracht, maar tijdens het bedrijf ontstaat. Een in 2024 opgerichte installatie met chroomgelegeerde hete onderdelen en calciumhoudende isolatie valt onder dezelfde tekst als een oud bestand. [120]
Het Nederlandse Arbeidsomstandighedenbesluit verlangt in artikel 4.2 lid 1 de beoordeling van aard, mate en duur van de blootstelling in het kader van de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie, ook wanneer dergelijke werkzaamheden op dit moment niet worden uitgevoerd. Lid 3 verlangt de vaststelling van het blootstellingsniveau, lid 7 de vergelijking met de voor de stof vastgestelde grenswaarde en lid 8 de herbeoordeling zodra wordt begonnen met nieuwe werkzaamheden waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Artikel 4.1b lid 2 noemt deze beoordeling als een van de voorwaarden waaronder de algemene beschermingsplicht als nagekomen geldt. Een uitdrukkelijk verbod om vóór de beoordeling te beginnen bevat artikel 4.2 niet. Het staat asbestgerelateerd in artikel 4.54a lid 1, volgens hetwelk de aanwezigheid van asbest volledig moet worden geïnventariseerd voordat met de sloop of de demontage, met het verwijderen of met het opruimen na een incident wordt begonnen, uitgevoerd door een bedrijf met een certificaat voor asbestinventarisatie. [121]
In het Verenigd Koninkrijk staat het verbod stofneutraal in Regulation 6(1) van de Control of Substances Hazardous to Health Regulations 2002: „An employer shall not carry out work which is liable to expose any employees to any substance hazardous to health”, zolang er geen „suitable and sufficient assessment of the risk created by that work” is en de daaruit volgende stappen niet zijn uitgevoerd. Regulation 6(2) somt op waarmee de beoordeling rekening moet houden, waaronder de gegevens van de leverancier met inbegrip van het veiligheidsinformatieblad, hoogte, aard en duur van de blootstelling alsmede werkzaamheden zoals het onderhoud, die tot hoge blootstelling kunnen leiden. Asbestgerelateerd komt daar Regulation 5 van de Control of Asbestos Regulations 2012 bij, volgens welke een werkgever sloop-, onderhouds- en andere werkzaamheden die werknemers aan asbest blootstellen of daaraan kunnen blootstellen, niet mag uitvoeren tenzij hij ofwel een „suitable and sufficient assessment” naar de aanwezigheid, de aard en de toestand van het asbest heeft uitgevoerd, ofwel, bij twijfel, de aanwezigheid daarvan veronderstelt en de verordening toepast. [122, 123]
In de Verenigde Staten verplicht 29 CFR 1926.1126(d)(1) elke werkgever wiens werkplek of werkmethode onder de standaard valt, de achtuurs-schiftgemiddelde waarden te bepalen voor iedere aan chroom(VI) blootgestelde werknemer. Volgens (d)(2) gebeurt dat via een eerste meting met een voldoende aantal persoonsgebonden luchtmonsters per schift, taakgroep en werkgebied, volgens (d)(3) via een combinatie van meetgegevens, historische gegevens of objective data. Volgens (d)(2)(vi) moeten aanvullende metingen worden uitgevoerd wanneer proces, grondstoffen, uitrusting, personeel, werkmethoden of beschermingsmaatregelen zodanig veranderen dat nieuwe of aanvullende blootstellingen kunnen ontstaan. Een verbod om te beginnen naar het model van het Duitse § 7 lid 1 of de Britse Regulation 6(1) bevat de chroom(VI)-standaard niet. De structurele tegenhanger staat in de asbeststandaard: 29 CFR 1926.1101(k)(2)(i) verplicht de eigenaren van gebouwen en installaties om aanwezigheid, plaats en hoeveelheid van asbesthoudende en als asbesthoudend veronderstelde materialen vast te stellen, en de begripsbepaling in (b) veronderstelt voor thermische isolaties alsmede opgebrachte oppervlaktematerialen in gebouwen met een bouwjaar niet later dan 1980 een asbestgehalte, zolang dit vermoeden niet volgens (k)(5) is weerlegd. De initial exposure assessment volgens (f)(2)(i) moet een competent person onmiddellijk voor of bij het begin van de werkzaamheden uitvoeren. [124, 125]
Voor het hier behandelde toepassingsgeval koppelt de Duitse TRGS 561 het beschermingsregime in paragraaf 5.9.3 lid 5 aan werkzaamheden aan industriecomponenten „waarbij een belasting met chroom(VI) aanwezig is of waarbij deze niet kan worden uitgesloten”. De plicht ontstaat daarmee vóór de bevinding. Het ontbreken van een meting levert geen uitsluiting op, en het onderzoek is de weg waarlangs een uitsluiting zich pas zou laten aantonen. [19]
Als beoordeling: twee van de vier rechtsgebieden bevatten het verbod om vóór de beoordeling te beginnen in stofneutrale vorm, Duitsland via § 7 lid 1 van de Gefahrstoffverordnung en het Verenigd Koninkrijk via Regulation 6(1) COSHH. In Nederland en de Verenigde Staten ligt de voorafgaande plicht in de algemene regel voor gevaarlijke stoffen als beoordelings- en vaststellingsplicht, terwijl het in de tijd naar voren gehaalde verbod en de vermoedensregel in het asbestregime staan. De in de vorige subparagraaf beschreven ongelijke behandeling vindt zich daarmee ook in de normstructuur terug, en wel als verschil in procedurele diepgang, niet als verschil in beginsel.
In deze paragraaf geciteerde bronnen
- 1.Udy, Marvin J.: Chrome Alloy Making, US-octrooi 2,176,687; aanvraag 22 januari 1938, verlening 17 oktober 1939. Relevante passages: beschrijving, gedrukte pagina's 2-3; conclusies 22-26, gedrukte pagina 7. Octrooikopie
- 3.Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA): Calcium chromate: ECHA CHEM en Sodium chromate: ECHA CHEM; indeling en etikettering moeten verbindend aan de hand van de telkens geldende tabel 3 van bijlage VI van de CLP-verordening worden getoetst.
- 19.TRGS 561: Tätigkeiten mit krebserzeugenden Metallen und ihren Verbindungen, versie 4 mei 2026; paragrafen 3.3.4 en 5.9.3 alsmede 4.1/4.2. Officiële publicatie resp. kopie van de overheid.
- 53.International Agency for Research on Cancer (IARC): Chromium (VI) Compounds. IARC Monographs on the Evaluation of Carcinogenic Risks to Humans, Volume 100C: Arsenic, Metals, Fibres, and Dusts, Lyon 2012; in het bijzonder paragrafen 4 en 6.
- 56.US OSHA: Hexavalent Chromium, Health Effects. Officiële onlineversie, geraadpleegd 7 oktober 2026.
- 58.Safe Work Australia: Workplace exposure limits for airborne contaminants, Changes between WES and WEL; inwerkingtreding 1 december 2026, vervallen van de grenswaarden voor niet-drempelwaardegebonden genotoxische carcinogenen. Geraadpleegd 7 oktober 2026.
- 59.European Chemicals Agency (ECHA): beperkingsvoorstel krachtens bijlage XV REACH voor chroom(VI)-stoffen, april 2025; hier volgens de samenvatting van de CIRS Group.
- 60.Verordening (EG) nr. 1907/2006 (REACH), artikel 3, punt 24, definitie „gebruik”.
- 64.Instituto Nacional de Seguridad y Salud en el Trabajo (INSST, Spanje): Infocarquim, Cromato de calcio; geharmoniseerde indeling Carc. 1B, H350, H302, H400, H410; index 024-008-00-9; niet autorisatieplichtig. Geraadpleegd 8 oktober 2026.
- 65.INSST: Infocarquim, Cromato de sodio; geharmoniseerde indeling Carc. 1B, Muta. 1B, Repr. 1B, H330, H301, H312, H372, H314, H334, H317, H400, H410; index 024-018-00-3; autorisatieplichtig. Geraadpleegd 8 oktober 2026.
- 97.Technische Regeln für Gefahrstoffe TRGS 519, Asbest: Abbruch-, Sanierungs- oder Instandhaltungsarbeiten; versie van 28 februari 2025 (GMBl 2025 S. 144-145), nummers 2.7, 3.2, 5.1 tot 5.3 en 14.1 tot 14.3. Geraadpleegd op 13 oktober 2026.
- 98.Institut für Arbeitsschutz der Deutschen Gesetzlichen Unfallversicherung (IFA): stofinformatie asbest, geharmoniseerde indeling Carc. 1A (H350) en STOT RE 1 (H372); zonder huidgerelateerde en zonder milieugerelateerde indeling. Geraadpleegd op 13 oktober 2026.
- 99.Technische Regeln für Gefahrstoffe TRGS 401, Gefährdung durch Hautkontakt: Ermittlung, Beurteilung, Maßnahmen; uitgave oktober 2022, laatstelijk gewijzigd GMBl 2024 S. 769 van 19 september 2024; paragraaf 3.2.3 lid 2 en paragraaf 4.2 met tabel 2. Geraadpleegd op 13 oktober 2026.
- 100.Institut für Arbeitsschutz der Deutschen Gesetzlichen Unfallversicherung (IFA): Tätigkeiten mit krebserzeugenden Gefahrstoffen, Chrom(VI); opnameroutes inhalatief en huidresorptief, indeling Skin Sens. 1 (H317), Carc. 1B (H350i), H400 en H410. Geraadpleegd op 13 oktober 2026.
- 101.Technische Regeln für Gefahrstoffe TRGS 910, bijlage 1: chroom(VI)-verbindingen, 1 µg/m³ inhaleerbare fractie, overschrijdingsfactor 8, aanwijzing „zie TRGS 561”. Geraadpleegd op 13 oktober 2026.
- 102.Ständige Senatskommission zur Prüfung gesundheitsschädlicher Arbeitsstoffe der Deutschen Forschungsgemeinschaft: MAK- en BAT-waardenlijst 2026, mededeling 62; vermelding „Chroom(VI)-verbindingen (inhaleerbare fractie)” met Hautres H, Sens Sh, KanzKat 1, KmutKat 2 alsmede de daar genoemde uitzonderingen.Ligt bij de auteur, niet openbaar beschikbaar.
- 120.Gefahrstoffverordnung (GefStoffV) van 26 november 2010, § 5a Besondere Mitwirkungs- und Informationspflichten für Veranlasser von Tätigkeiten an baulichen oder technischen Anlagen, § 6 leden 2a tot 2c en lid 8 alsmede § 7 lid 1; § 5a ingevoegd bij verordening van 2 december 2024 (BGBl. 2024 I nr. 384), versie laatstelijk gewijzigd op 17 december 2025. Geraadpleegd op 14 oktober 2026.
- 121.Arbeidsomstandighedenbesluit (Nederland), artikel 4.1b lid 2, artikel 4.2 leden 1, 3, 7 en 8 alsmede artikel 4.54a lid 1 (Asbestinventarisatie). Geraadpleegd op 14 oktober 2026.
- 122.The Control of Substances Hazardous to Health Regulations 2002 (SI 2002/2677, Verenigd Koninkrijk), Regulation 6, Assessment of the risk to health created by work involving substances hazardous to health. Geraadpleegd op 14 oktober 2026.
- 123.The Control of Asbestos Regulations 2012 (SI 2012/632, Verenigd Koninkrijk), Regulation 5, Identification of the presence of asbestos. Geraadpleegd op 14 oktober 2026.
- 124.29 CFR 1926.1126 (Verenigde Staten), Chromium (VI), lid (d) Exposure determination, subleden (d)(1), (d)(2), (d)(2)(vi) en (d)(3). Geraadpleegd op 14 oktober 2026.
- 125.29 CFR 1926.1101 (Verenigde Staten), Asbestos; definitie van „presumed asbestos containing material” in lid (b), initial exposure assessment volgens (f)(2)(i) alsmede verplichtingen van de eigenaren van gebouwen en installaties volgens (k)(2)(i) en weerlegging volgens (k)(5).Ligt bij de auteur, niet openbaar beschikbaar.