Geef Chroom(VI) geen kans! De Chromaatexperts Herkennen | Beheersen | Voorkomen Cr6.info - Het kennisportaal
Cr(VI) regelgevingUSAEUDFNLCHUK
Zoeken

37. De verplichtingen in Nederland

Nederlands · VakanalyseVersie 1.10Paragraaf 37 van 4025 Bronnen
PDF opslaanVolledig document als PDF, Het over het hoofd geziene ingrediënt_Vakanalyse_V1.10_NL.pdf, 1.6 MB

Nederland is lidstaat van de Europese Unie en heeft richtlijn 2004/37/EG omgezet in het Arbeidsomstandighedenbesluit. Het hier behandelde toepassingsgeval is ook daar niet als zodanig benoemd. Deze paragraaf brengt de geldende Nederlandse voorschriften samen en geeft bij elke uitspraak de vindplaats aan.

Het stofbegrip is herkomstneutraal

Artikel 1.1 lid 5, onder b van het Arbeidsomstandighedenbesluit definieert gevaarlijke stoffen als „stoffen of mengsels waaraan werknemers bij de arbeid worden of kunnen worden blootgesteld die vanwege de eigenschappen van of de omstandigheden waaronder die stoffen of mengsels voorkomen gevaar voor de veiligheid of gezondheid kunnen opleveren”. De definitie knoopt aan bij de blootstelling bij de arbeid en bij de omstandigheden van het voorkomen. Inkoop, in de handel brengen en beoogd gebruik komen daarin niet voor. [220]

Artikel 4.2 lid 1 verlangt de beoordeling van aard, mate en duur van de blootstelling, en wel uitdrukkelijk „ongeacht of met deze stoffen daadwerkelijk arbeid wordt of zal worden verricht”. Deze beoordeling is onderdeel van de schriftelijke risico-inventarisatie en -evaluatie volgens artikel 5 lid 1 van de Arbeidsomstandighedenwet. Volgens artikel 4.2 lid 8 moet zij in ieder geval worden getoetst wanneer wordt begonnen met nieuwe arbeid waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. [121, 219]

Artikel 4.1c lid 1, onder c verlangt de blootstelling te voorkomen of te minimaliseren door „gebruik te maken van adequate voorzieningen bij het uitvoeren van reparatie- of onderhoudswerkzaamheden”. Onder j worden geschikte werkmethoden verlangd, met inbegrip van regelingen voor het veilig hanteren, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen en van afvalstoffen die dergelijke stoffen bevatten. Lid 2 bindt deze maatregelen aan de stand van de wetenschap en techniek. Onder c is in afdeling 1 van het vierde hoofdstuk de enige plaats waar reparatie- en onderhoudswerkzaamheden worden genoemd. [220]

De aanvullende plichten voor kankerverwekkende stoffen

Afdeling 2 van het vierde hoofdstuk geldt volgens artikel 4.12 aanvullend zodra werknemers aan kankerverwekkende, mutagene of voor de voortplanting giftige stoffen worden of kunnen worden blootgesteld „of aan stoffen die vrijkomen bij kankerverwekkende of mutagene processen”. De begripsbepaling in artikel 4.11, onder b knoopt in onderdeel 1 aan bij de indelingscriteria van verordening (EG) nr. 1272/2008. Chroom(VI)-verbindingen zijn daarmee omvat. [220, 63]

Artikel 4.13 verlangt dat naast de beoordeling volgens artikel 4.2 zeven gegevens schriftelijk in de risico-inventarisatie worden opgenomen. Het eerste is „de reden waarom het gebruik van een kankerverwekkende, mutagene of reprotoxische stof of het toepassen van een kankerverwekkend of mutageen proces voor het verrichten van de arbeid strikt noodzakelijk is en vervanging technisch niet uitvoerbaar is”. Daarna volgen de jaarlijkse hoeveelheid of de frequentie van toepassing, de aard van de arbeid, het aantal blootgestelde werknemers, de preventieve maatregelen, de gebruikte beschermingsmiddelen en de gevallen waarin is vervangen. De onderbouwing van de onmogelijkheid van een substitutie is daarmee onderdeel van de documentatie. [220]

Artikel 4.17 verlangt technische en organisatorische maatregelen die de blootstelling zo veel mogelijk bij de bron voorkomen, in het bijzonder door vervanging, voor zover dit technisch uitvoerbaar is. Artikel 4.18 lid 1 verlangt voor het geval dat dit niet uitvoerbaar is, de vervaardiging en het gebruik in een gesloten systeem; lid 2 noemt collectieve maatregelen en plaatselijke afzuiging, lid 3 persoonlijke beschermingsmiddelen pas daarna en lid 4 de beperking van de draagtijd tot het strikt noodzakelijke. [109, 220]

Artikel 4.19 regelt de begeleidende plichten. Onder a wordt een voorlichting of onderricht verlangd die ten minste eenmaal per jaar plaatsvindt. Onder c wordt de markering van gevarenzones verlangd; het begrip is in artikel 4.11, onder h gedefinieerd als plaats waar werknemers aan dergelijke stoffen worden of kunnen worden blootgesteld. Onder e worden doeltreffende middelen verlangd voor het veilig inzamelen, opslaan en verwijderen van afvalstoffen, zo veel mogelijk in hermetisch gesloten en duidelijk gekenmerkte houders. Artikel 4.20 verlangt zones voor eten en drinken zonder blootstellingsgevaar, doeltreffende werkkleding, de gescheiden bewaring daarvan alsmede was- en doucheruimten. [220]

De grenswaarde 0,001 mg/m³

De wettelijke grenswaarde staat in Bijlage XIII, deel B2 van de Arbeidsomstandighedenregeling, de lijst van volgens de risicobenadering vastgestelde grenswaarden voor kankerverwekkende stoffen. De vermelding luidt „Chroom (VI)-verbindingen (als Cr)” met 0,001 mg/m³ als tijdgewogen gemiddelde over acht uur. Een CAS-nummer, een vijftienminutenwaarde en een huidnotatie zijn niet opgenomen. Volgens de toelichting bij Bijlage XIII heeft de waarde bij stoffen die als deeltjes kunnen voorkomen, betrekking op de als inhaleerbaar stof bemonsterde fractie. [221]

De waarde geldt sinds 1 maart 2017. Zij is ingevoerd door een regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 oktober 2016, die tegelijk de tot dan toe afzonderlijke vermeldingen voor bariumchromaat, calciumchromaat, oplosbare en moeilijk oplosbare chroom(VI)-verbindingen, chroomtrioxide, loodchromaat, strontiumchromaat en zinkchromaat heeft geschrapt. De officiële toelichting noemt voor chroom(VI)-verbindingen de schatting van de Nederlandse Gezondheidsraad van 4 op 100.000 bij 40 jaar blootstelling aan 0,01 µg/m³ en van 4 op 1.000 bij 1 µg/m³. Zij duidt 1 op 10.000 per jaar aan als verbodsrisico en houdt vast dat de waarde op dit maximaal te accepteren risico wordt vastgesteld. [222]

Dezelfde toelichting stelt vast dat de invoering van de lagere grenswaarde onverlet laat dat afzonderlijke bedrijven de stof moeten vervangen of een lagere blootstelling moeten bereiken wanneer dat technisch uitvoerbaar is, en verwijst daarvoor naar de artikelen 4.17 en 4.18 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. De grenswaarde is daarmee ook volgens de officiële toelichting geen maatstaf waarvan de naleving de substitutietoets overbodig maakt. [222]

Voor het hier behandelde geval is artikel 4.16 lid 2 de centrale bepaling. Bestaat voor een kankerverwekkende stof of voor een bij een kankerverwekkend proces vrijkomende stof geen wettelijke grenswaarde, dan stelt de werkgever zelf „een zo laag mogelijke grenswaarde” vast. Bij overschrijding van een grenswaarde verlangt lid 3 onverwijld doeltreffende maatregelen om de blootstelling onder die waarde terug te brengen, en lid 5 verlangt in het plan van aanpak aan te geven hoe de overschrijding zo snel mogelijk wordt weggenomen. [220]

Lijst van werknemers en veertig jaar

Artikel 4.15 lid 1 verlangt een lijst van de werknemers die aan dergelijke stoffen worden of kunnen worden blootgesteld, „onder vermelding van de blootstelling die zij hebben ondergaan”. Lid 2 geeft iedere werknemer het recht op inzage in en afschrift van de hem betreffende gegevens. Artikel 4.10c lid 4 verlangt de bewaring van deze lijst en van de uitkomsten van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek voor ten minste 40 jaar na het einde van de blootstelling. [220]

Artikel 4.10c lid 5 regelt het geval van bedrijfsbeëindiging. Worden de werkzaamheden binnen deze veertig jaar beëindigd, dan worden de documenten „overgedragen aan de toezichthouder”. De Nederlandse regeling benoemt daarmee de instantie waarnaar de documenten gaan; de Duitse Gefahrstoffverordnung regelt dit geval niet uitdrukkelijk en kent in plaats daarvan de overdracht van de plichten door gegevensoverdracht aan de ongevallenverzekeraar. [220, 198]

Toezicht, bestuurlijke boete en economisch delict

De Nederlandse Arbeidsinspectie kan volgens artikel 27 van de Arbeidsomstandighedenwet een eis tot naleving stellen, waarin bindend wordt bepaald op welke wijze een voorschrift moet worden nageleefd, met een daarbij gestelde termijn. Artikel 9.22 van het Arbeidsomstandighedenbesluit laat dit middel toe voor de hier van toepassing zijnde artikelen van het vierde hoofdstuk. Volgens artikel 28 kan een toezichthoudende ambtenaar bevelen dat bepaalde werkzaamheden worden gestaakt of niet mogen worden aangevangen wanneer zij naar zijn redelijk oordeel een ernstig gevaar voor personen vormen; de bevoegdheid omvat het verzegelen van arbeidsmiddelen en werkplaatsen. [219, 220]

De overtredingen van de genoemde artikelen van het vierde hoofdstuk zijn volgens artikel 9.9b lid 1, onder d van het Arbeidsomstandighedenbesluit beboetbaar. Het maximumbedrag ligt volgens artikel 34 lid 3 van de Arbeidsomstandighedenwet bij de vijfde categorie van artikel 23 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht, sinds 1 januari 2026 bij 110.000 euro. Bij herhaling van hetzelfde plichtsverzuim binnen vijf jaar wordt het bedrag volgens artikel 34 lid 5 met 100 procent verhoogd. [108, 111, 220]

De Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving becijfert de uitgangsbedragen. Het volledig niet uitvoeren van de blootstellingsbeoordeling volgens artikel 4.2 lid 1 is daar als overtreding met directe boete ingedeeld, dus zonder voorafgaande waarschuwing beboetbaar, met het vijfde normbedrag van 4.500 euro. De overschrijding van de grenswaarde volgens artikel 4.16 lid 3 is als zware overtreding ingedeeld, met het zesde normbedrag van 9.000 euro en de factor twee. Voor de artikelen 4.1b, 4.1c, 4.17 en 4.18 geldt eveneens het zesde normbedrag. De bedragen gelden voor bedrijven vanaf 500 werknemers en worden daaronder getrapt verlaagd. [224]

Boven het boeterecht staat artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet. Daarin is het de werkgever verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met de wet of de daarop berustende bepalingen indien daardoor, naar hij weet of redelijkerwijs moet weten, levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers ontstaat of te verwachten is. Een overtreding daarvan is volgens artikel 1 van de Wet op de economische delicten een economisch delict en bij opzet een misdrijf met een kader tot zes jaar gevangenisstraf. Voor rechtspersonen kan de geldboete volgens artikel 23 lid 7 van het Wetboek van Strafrecht tot de naasthogere categorie reiken. [108, 110, 111]

Geen van de plichten van het vierde hoofdstuk voor gevaarlijke stoffen en voor kankerverwekkende stoffen is als ernstige overtreding ingedeeld. De limitatieve opsomming in artikel 9.10a lid 3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit noemt uit dit hoofdstuk de voorschriften over asbest, over propaansulton, over stofverboden en over loodwit. De waarschuwing met aansluitend bevel tot stillegging grijpt daarom voor de hier behandelde plichten pas na herhaalde vaststelling. [220]

Afval

De Regeling Europese afvalstoffenlijst verklaart de lijst in de bijlage bij beschikking 2000/532/EG maatgevend. Voor isolatiemateriaal anders dan asbest komt 17 06 03* „overig isolatiemateriaal dat uit gevaarlijke stoffen bestaat of dergelijke stoffen bevat” in aanmerking, voor ovenpuin 16 11 03* en 16 11 05*, voor chromaten als stof 16 09 02*. Artikel 4 lid 1 wijst de afvalstof toe aan de met een sterretje gekenmerkte vermelding wanneer wordt vastgesteld dat zij een van de eigenschappen van bijlage III van de kaderrichtlijn afvalstoffen bezit. Lid 2 bepaalt dat daarbij de gevolgen van verdampen, verdunnen, vermengen of uitlekken niet in aanmerking worden genomen. [226, 215]

De bewijslast ligt bij de afvalproducent. De officiële uitleg van het Informatiepunt Leefomgeving formuleert dat zo: „De Eural kent een omgekeerde bewijslast: zolang u niet kunt aantonen dat het geen gevaarlijk afval is, is het gevaarlijk afval.” Artikel 10.39 lid 1, onder a van de Wet milieubeheer verlangt van degene die de afvalstof afgeeft een beschrijving van aard, eigenschappen en samenstelling van de afvalstof; artikel 10.40 lid 2 verbiedt de ontvanger de inname zonder deze beschrijving en zonder begeleidingsbrief. Artikel 10.54 lid 1 verbiedt tijdens inzameling en vervoer het mengen met inbegrip van het verdunnen. [226, 227]

De afstand tot het asbestregime

Afdeling 5 van het vierde hoofdstuk regelt asbest afzonderlijk. Artikel 4.54a lid 1 verlangt de aanwezigheid van asbest volledig te inventariseren voordat wordt begonnen met het afbreken of uit elkaar nemen van bouwwerken of objecten waarin naar redelijke verwachting asbest is toegepast; de inventarisatie en het rapport zijn volgens lid 4 voorbehouden aan een gecertificeerd bedrijf. Artikel 4.54d lid 1 verlangt voor het verwijderen vanaf risicoklasse 2 een bedrijf met certificaat, de leden 5 en 7 de vakbekwaamheidscertificaten van de ingezette personen. Artikel 4.47c lid 1 verlangt de melding aan de toezichthouder uiterlijk twee dagen voor aanvang van de werkzaamheden. Artikel 4.51a verlangt vóór opheffing van de gevarenzone een eindbeoordeling met visuele inspectie en meting tegen de waarde van 10.000 vezels per kubieke meter. [121, 225]

Voor chroom(VI) bestaat geen van deze punten. Er is geen voorafgaande inventarisatie, geen certificeringsplicht, geen melding voor aanvang, geen eindbeoordeling en geen risicoklassensysteem. De lijst volgens artikel 4.15 en de veertigjaarstermijn volgens artikel 4.10c stemmen overeen met het register dat afdeling 5 voor asbest voorschrijft. [220, 225]

Het Nederlandse chroom-6-complex

In Nederland heeft chroom(VI) sinds 2014 een eigen publieke geschiedenis. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft in opdracht van de Paritaire Commissie Chroom-6 de locaties van het Ministerie van Defensie onderzocht en daarover in 2018 en 2021 gerapporteerd, in verdere onderzoeken de werkplaatsen van NS en NedTrain alsmede het re-integratieproject tROM in Tilburg. Voor de betrokkenen bij het Ministerie van Defensie bestaat sinds 2018 een uitkeringsregeling van de staat. [228, 229, 230, 232]

Onderwerp van deze onderzoeken zijn chromaathoudende verven en primers en de bewerking daarvan. De vraagstelling van de Paritaire Commissie is in het rapport van 2021 gericht op „chroom-6-houdende verf of verfstof”. Het rapport over NS en NedTrain begint met de vaststelling dat in oude verflagen van sommige treinen chroom(VI) aanwezig is. Het rapport over Tilburg beschrijft het verwijderen van oude verflagen aan museumtreinen. De uitkeringsregeling somt in bijlage 2 de voor de beoordeling relevante werkzaamheden op; de enige niet op verf betrokken positie is „lassen of snijbranden van roestvast staal”. [228, 229, 230, 232]

Een zoekopdracht in de volledige tekst van de vijf hoofdrapporten naar de Nederlandse begrippen voor isolatie, isolatiemateriaal, minerale wol, steenwol, glaswol en hittebescherming levert geen treffers op. Het omvangrijkste openbare chroom(VI)-complex van Europa heeft de hier behandelde ontstaansroute niet omvat. [228, 229, 230]

Wat in Nederland niet is gepubliceerd

Calciumchromaat en natriumchromaat staan met naam op de SZW-lijst van kankerverwekkende stoffen, laatstelijk gepubliceerd op 9 juli 2026. De lijst noemt zichzelf niet-limitatief en geeft aan welke stoffen en processen in ieder geval in artikel 4.11 van het Arbeidsomstandighedenbesluit zijn bedoeld. De bijbehorende lijst van kankerverwekkende processen bevat tien posities, van de auramineproductie tot de emissies bij het gieten van ijzer en staal; een proces met chromaatvorming staat daar niet bij. Ook de nationaal bepaalde processen volgens artikel 4.20c van de Arbeidsomstandighedenregeling omvatten alleen dieselmotoremissies en twee stofmengsels. [223, 221]

Het rapport dat het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid eigens heeft laten opstellen voor het overzicht van de chroom(VI)-toepassingen op de werkplek herleidt de blootstelling aan vuurvaste bekledingen van ovens en ketels tot in het materiaal aanwezig chroom(VI), tot grondstoffen en toeslagstoffen. De thermochemische vorming aan chroomgelegeerd staal door basische oxiden uit het isolatiemateriaal komt daar niet voor, ook niet als hypothese. Het rapport sluit zijn totaalbeeld af met de aanwijzing dat over de velden onderhoud van oude installaties, sloop en afvalverwerking van keramische producten alsmede bepaalde werkzaamheden van de basismetaalindustrie „geen informatie over verkregen” is. [231]

De publicaties van het ministerie en van de Nederlandse Arbeidsinspectie noemen als blootstellingsbronnen het verwijderen van oude verflagen, de chromaatproductie, het verchromen, bepaalde cementsoorten, het schuren en lassen van chroomhoudende oppervlakken en geïmpregneerd hout. Het Beheersregime chroom-6 draagt de ondertitel „Toe te passen arbeidshygiëne bij het werken aan verven en coatings” en beperkt zich volgens zijn eigen voetnoot tot verfstof van bewerkte gestreken oppervlakken. De themapagina van de Arbeidsinspectie noemt werkzaamheden aan chroomhoudende metalen en coatings en houdt tegelijk vast: „Een negatieve uitslag is echter niet genoeg om te besluiten om géén maatregelen te nemen.” [233, 234]

De Beleidsregel arbocatalogi 2019 noemt de door de Arbeidsinspectie getoetste branchecatalogi. De rij „Installatie- en isolatie” noemt als aangesproken voorschriften onder meer de artikelen 4.11 tot 4.20 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, dus de voorschriften voor kankerverwekkende stoffen. Als gevaarlijke stoffen noemt dezelfde rij asbest en kwartsstof. Chroom(VI) staat daar niet. [235]

Dit is een uitspraak over het onderzochte bestand. Zij ontkracht de plichten niet. De herkomstneutrale definitie in artikel 1.1 lid 5, de formulering „ongeacht of met deze stoffen daadwerkelijk arbeid wordt of zal worden verricht” in artikel 4.2 lid 1 en de doorlopende formule „stoffen die vrijkomen bij kankerverwekkende of mutagene processen” in afdeling 2 omvatten ook onbedoeld ontstane chromaten. Wat ontbreekt, is de benoeming van de ontstaansroute. [220, 121]

Wat daaruit voor een onderneming in Nederland volgt

Uit de genoemde voorschriften volgt een toetsbare set documenten. Daartoe behoren de schriftelijke beoordeling volgens artikel 4.2 lid 1 voor de materiaalcombinatie van chroomgelegeerd heet onderdeel en basisch belegd isolatiemateriaal alsmede de zeven gegevens volgens artikel 4.13 met inbegrip van de onderbouwing waarom een vervanging technisch niet uitvoerbaar is. Daartoe behoort de door de werkgever vastgestelde grenswaarde volgens artikel 4.16 lid 2, voor zover geen wettelijke waarde van toepassing is. Daartoe behoren de lijst volgens artikel 4.15 met veertigjarige bewaring, het jaarlijkse onderricht volgens artikel 4.19, onder a en de beschrijving van de afvalstof volgens artikel 10.39 van de Wet milieubeheer. [121, 220, 227]

Het volledig niet uitvoeren van de beoordeling is daarbij het enige van deze punten dat zonder voorafgaande waarschuwing beboetbaar is. Alle overige vooronderstellen een vaststelling en een termijn. De afstand tot het asbestregime ligt bij de procedure die de plichten in werking zet. De plichten zelf staan in de tekst en gelden zonder voorafgaande benoeming van het geval. [224, 225]

In deze paragraaf geciteerde bronnen

  1. 63.
    Verordening (EG) nr. 1272/2008 (CLP), bijlage VI, deel 3: index 024-017-00-8 (chroom(VI)-verbindingen met uitzondering van bariumchromaat en afzonderlijk vermelde verbindingen), 024-008-00-9 (calciumchromaat), 024-018-00-3 (natriumchromaat).
  2. 108.
    Arbeidsomstandighedenwet (Nederland), hoofdstuk 7 Sancties: artikel 32 Strafbepaling, artikel 33 Overtredingen, artikel 34 Hoogte bestuurlijke boete en recidive; geldende versie vanaf 1 juli 2026. Geraadpleegd op 12 oktober 2026.
  3. 109.
    Arbeidsomstandighedenbesluit (Nederland), artikel 4.17 Voorkomen van blootstelling; vervangen; geldende versie vanaf 1 augustus 2026. Geraadpleegd op 12 oktober 2026.
  4. 110.
    Wet op de economische delicten (Nederland), artikel 1, punt 1, artikel 2 lid 1 en artikel 6 lid 1; geldende versie vanaf 1 juli 2026. Geraadpleegd op 12 oktober 2026.
  5. 111.
    Wetboek van Strafrecht (Nederland), artikel 23 lid 4, geldboetecategorieën; bedragen sinds 1 januari 2026. Geraadpleegd op 12 oktober 2026.
  6. 121.
    Arbeidsomstandighedenbesluit (Nederland), artikel 4.1b lid 2, artikel 4.2 leden 1, 3, 7 en 8 alsmede artikel 4.54a lid 1 (Asbestinventarisatie). Geraadpleegd op 14 oktober 2026.
  7. 198.
    Gefahrstoffverordnung (GefStoffV, Duitsland), § 10a Expositionsverzeichnis, § 11a leden 3, 4 en 4a (asbest) alsmede § 19 leden 3 tot 6; § 10a ingevoegd door artikel 1 nummer 11 van de verordening van 2 december 2024 (BGBl. 2024 I Nr. 384), met gelijktijdige intrekking van het tot dan geldende § 14 leden 3 en 4; § 11a lid 4a ingevoegd door de verordening van 17 december 2025 (BGBl. 2025 I Nr. 337), in werking sinds 20 december 2025. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  8. 215.
    Beschikking 2000/532/EG betreffende een lijst van afvalstoffen, geconsolideerde versie 02000D0532 — DE — 06.12.2023 — 003.001, in de versie van besluit 2014/955/EU en gedelegeerd besluit (EU) 2023/2581; bijlage nummer 1 en 2 alsmede de afvalstoffencodes 16 09 02*, 16 11 01* tot 16 11 06, 17 06 01*, 17 06 03*, 17 06 04 en 17 06 05*. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  9. 219.
    Arbeidsomstandighedenwet (Nederland), BWBR0010346, geldende versie vanaf 1 juli 2026; artikel 3 leden 1 en 4, artikel 5 leden 1, 3 en 4, artikel 8 leden 1 en 4, artikel 24 lid 1, artikel 27, artikel 28 en artikel 28a. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  10. 220.
    Arbeidsomstandighedenbesluit (Nederland), BWBR0008498, geldende versie vanaf 1 augustus 2026; artikel 1.1 lid 5, onder b, artikel 4.1c, artikel 4.2 leden 7, 8 en 9, artikel 4.10c leden 4 en 5, artikelen 4.11 tot 4.13, artikel 4.15, artikel 4.16, artikelen 4.18 tot 4.21, artikel 9.9b lid 1, onder d, artikel 9.10a leden 1 tot 3 en artikel 9.22. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  11. 221.
    Arbeidsomstandighedenregeling (Nederland), BWBR0008587, geldende versie vanaf 27 augustus 2026; artikelen 4.19 en 4.20 alsmede Bijlage XIII, Onderdeel A en B2 met de vermelding „Chroom (VI)-verbindingen (als Cr)” en de bijbehorende toelichting, daarbij artikel 4.20c (nationaal bepaalde kankerverwekkende processen). Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  12. 222.
    Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 oktober 2016, 2016-0000222216, tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband de wijziging van twee wettelijke grenswaarden in Bijlage XIII (Bisfenol A en Chroom (VI)-verbindingen), Staatscourant 2016, 57792, uitgegeven op 2 november 2016, in werking sinds 1 maart 2017; artikel I onder B en artikel II alsmede de toelichting bij artikel I onder B. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  13. 223.
    Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Nederland): HERDRUK SZW-lijst met kankerverwekkende stoffen en processen, mutagene of voor de voortplanting giftige stoffen, Staatscourant 2026, 23121, heruitgave van 9 juli 2026; deel 1 A lijst van de kankerverwekkende processen met tien posities, deel 1 B met de vermeldingen over chroom(VI)-verbindingen met inbegrip van calciumchromaat en natriumchromaat alsmede deel 2 en deel 3. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  14. 224.
    Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving (Nederland), BWBR0032326, geldende versie vanaf 11 februari 2025; artikel 1 leden 1, 3, 8, 10, 11 en 12 alsmede de Tarieflijst, Onderdeel Arbobesluit, met de regels over de artikelen 4.1b, 4.1c, 4.2, 4.13, 4.15 tot 4.20 en de voetnoten 60, 61 en 77. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  15. 225.
    Arbeidsomstandighedenbesluit (Nederland), BWBR0008498, geldende versie vanaf 1 augustus 2026, hoofdstuk 4 afdeling 5 Asbest; artikel 4.46, artikel 4.47 leden 7 en 8, artikel 4.47c leden 1 en 2, artikel 4.51a leden 1 tot 3, artikel 4.54a leden 3 tot 7 en artikel 4.54d, daarbij Arbeidsomstandighedenregeling artikelen 4.26 en 4.27 over de certificatieschema's. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  16. 226.
    Regeling Europese afvalstoffenlijst (Eural, Nederland), BWBR0013546, geldende versie vanaf 1 januari 2024; artikelen 1, 2 en 4 leden 1 tot 3. Nederlandse benamingen van de afvalstoffencodes volgens de Handreiking EURAL, Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, versie van 31 augustus 2019. De omgekeerde bewijslast volgens de officiële uitleg van het Informatiepunt Leefomgeving. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  17. 227.
    Wet milieubeheer (Nederland), BWBR0003245, geldende versie vanaf 1 augustus 2026; artikel 10.38 leden 1 en 2, artikel 10.39 lid 1, artikel 10.40 lid 2 en artikel 10.54 lid 1. Artikel 10.54a is per 1 januari 2024 vervallen; het bedrijfsmatig mengen van gevaarlijke afvalstoffen is sindsdien volgens artikel 3.196 van het Besluit activiteiten leefomgeving vergunningplichtig. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  18. 228.
    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM, Nederland): Chroom-6 op de POMS-locaties van Defensie: gezondheidseffecten en verantwoordelijkheden, RIVM-rapport 2018-0061, 2018, alsmede Onderzoek naar blootstelling aan chroom-6 en arbeidsomstandigheden op Defensielocaties, periode 1970-2015, RIVM-rapport 2021-0066, 2021; opdrachtgever Paritaire Commissie Chroom-6, vraagstelling over chroom-6-houdende verf of verfstof. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  19. 229.
    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM, Nederland): Onderzoek naar chroom-6 bij NS/NedTrain in de periode 1970 t/m 2020, RIVM-rapport 2022-0152, 2022; publiekssamenvatting over oude verflagen en over schuur- en laswerkzaamheden. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  20. 230.
    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM, Nederland): Chroom-6 bij het re-integratieproject tROM, RIVM-rapport 2018-0164, gepubliceerd in januari 2019; restauratiewerkzaamheden aan museumtreinen in Tilburg en de vaststelling over de risico-inventarisatie van 2005. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  21. 231.
    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM, Nederland): Inventarisatie van toepassingen van chroom-6 op de werkplek, RIVM-briefrapport 2020-0080, 2020; paragraaf 4.2.1 over vuurvaste bekledingen, overzichtstabel in paragraaf 5.2 en samenvatting met de aanwijzing „hier is echter geen informatie over verkregen”. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  22. 232.
    Regeling uitkering chroom-6 Defensie (Nederland), BWBR0040982, geldende versie vanaf 8 juni 2021; Bijlage 2 onder b met de limitatieve opsomming van de voor de beoordeling relevante werkzaamheden. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  23. 233.
    Arboportaal van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Nederland): Wat is chroom-6? alsmede Factsheet chroom-6, versie van 9 juni 2020, gepubliceerd op 14 juli 2020, en Beheersregime chroom-6 en andere gevaarlijke stoffen, Versie 2.0 van 11 april 2022 met de toepassingsbegrenzing in voetnoot 1. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  24. 234.
    Nederlandse Arbeidsinspectie (Nederland): themapagina Chroom-6; genoemde blootstellingsbronnen, aanwijzing over de reikwijdte van het Beheersregime en de zin „Een negatieve uitslag is echter niet genoeg om te besluiten om géén maatregelen te nemen.” Geraadpleegd op 17 oktober 2026.
  25. 235.
    Beleidsregel arbocatalogi 2019 (Nederland), BWBR0042288, geldende versie vanaf 21 juni 2023; Bijlage, rij „Installatie- en isolatie” met de aangesproken voorschriften en de genoemde gevaarlijke stoffen asbest en kwartsstof. Geraadpleegd op 17 oktober 2026.